|
print
dit artikel | email dit artikel | terug naar vorige pagina
Interventieteam Antillianen helpt met harde hand
Het is maar enkelen gegeven te worden genoemd tijdens de Algemene Beschouwingen. Als held nog wel. Frank Nissen overkwam het. PvdAvoorman Wouter Bos kwalificeerde hem als de man die elke dag weer probeert 2.000 overlastgevende Antillianen op het rechte pad te houden in Rotterdam. Hij is bezig met de outreachende aanpak waarvoor het onderzoeksrapport ‘Verslaafd aan een flitsende levenstijl’ dat 2 februari werd gepresenteerd een lans breekt. Nissen: ‘Ik doe gewoon mijn werk.’
|
Hoezo onvoorspelbaar gedrag? Dachten Frank Nissen en zijn mensen een Antilliaans gezin een duwtje in de juiste richting te hebben gegeven, stond er uiteindelijk toch weer tegenwind. De casus: een huishouden waarvan de twee kinderen al anderhalf jaar ernstig ziek waren. Er was geen ziektekostenverzekering afgesloten, dus ging moeder er vanuit dat medische zorg onmogelijk was. Het Interventieteam Antillianen stak de helpende hand toe. De kinderen gingen naar de eerste hulp en er werden vervolgafspraken gemaakt. Maar wat bleek kort daarna tot verbazing van Nissen en zijn mensen? Moeder kwam tijdens die afspraken niet opdagen met haar kinderen. Ze had haar kroost in andere steden ondergebracht bij gezinnen die wél verzekerd waren. Daarmee zou de zaak volgens haar wel in orde zijn. |
|
Evenals elke andere gemeenschap in Rotterdam kent de Antilliaanse studenten, advocaten en een grote groep mensen die zich anderszins op een positieve manier door het leven weten te slaan. Omdat het met hen verbagóed gaat, kan de gemeente haar aandacht richten op de ongeveer 2000 overlastgevende Antillianen die de Maasstad telt. Het leeuwendeel woont op Zuid. Frank Nissen, in het verleden onder meer jeugdhulpverlener en politieman, werd in 2006 in de arm genomen door de gemeente Rotterdam. De zelfstandige kreeg de taak het Interventieteam Antillianen uit de grond te stampen. ‘Om eerlijk te zijn: ik wist eigenlijk geen specifieke zaken van de Antilliaanse gemeenschap. Maar ik zie mijn opdracht als een uitdaging en een groot avontuur. Hoe ziet de Antilliaanse wereld eruit? Waarom wijkt die in probleemgevallen vaak zoveel af van wat wij in Nederland normaal vinden? Ik heb daar veel over geleerd. Het doel van dit alles? Dat we over een jaar met 700 Antillianen vooruitgang boeken. Of dat nou is omdat ze naar school gaan, werk hebben, in een reclasseringsproject zitten of hulpverlening krijgen. Deze persoonsgerichte aanpak moet structureel invloed hebben op het gedrag en de houding binnen de Antilliaanse gemeenschap.’ |
| Interventieteam op visite |
|
Het is Antillianendag in de Beverwaard. Nee, niks zonnige witte stranden en vrolijke zomerse muziek in deze wijk in deelgemeente IJsselmonde. Antillianendag is een maandelijkse aangelegenheid die in het teken staat van zogeheten repressieve acties. ‘We hebben een aantal adressen verzameld waarvan het vermoeden bestaat dat er sprake is van onregelmatigheden’, zegt Nissen eufemistisch. Concreet kan het gaan om bewoners die overlast veroorzaken, ten onrechte een uitkering genieten of niet officieel staan ingeschreven op het betreffende adres. Wie er op visite komen? Een medewerker van de woningstichting, een ambtenaar van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een vertegenwoordiger van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens. Een politieagent completeert het gezelschap. Het Interventieteam Antillianen volgt twee sporen. Enerzijds dat van hulp en ondersteuning, anderzijds dat van stevige aanpak. Het team kan beschikken over drie regisseurs, tien mentoren en drie administratieve medewerkers. Als teamleider is Nissen verantwoording verschuldigd aan de stadsmarinier Antillianen Leo Zevenbergen, die is belast met de uitvoering van maatregelen tegen overlast en criminaliteit. Het team vormt de schakel tussen alle instanties die met Antillianen te maken hebben. Dat varieert van woningcorporatie tot Bureau Jeugdzorg en van politie tot voogdij-instellingen. |
| Schrijnende situaties |
|
Een combinatie van hoge schulden, slechte huisvesting en grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een probleem komt nooit alleen, zo merkte Nissen al rap na zijn aanstelling. ‘Omdat we niet echt een helder beeld hadden van de Antilliaanse gemeenschap, zijn we kort na mijn start gewoon maar bij mensen gaan aanbellen. Meten is weten. We zijn ook altijd welkom. Zo’n 900 keer stonden we onverwacht voor de deur en even vaak werden we binnengelaten. We maken een probleemanalyse van negen leefgebieden: arbeid, scholing, huisvesting, financiën, gezin, gezondheid, politie, justitie en vrijetijdsbesteding. Vaak is sprake van meerdere problemen. En als je aanvankelijk één probleem ziet, bijvoorbeeld geen geld voor de voetbalclub, blijkt dat achteraf dikwijls het topje van de ijsberg te zijn.’ Nissen stuitte op schrijnende situaties. Kinderen die op de vloer sliepen. Een ernstig psychisch gestoorde vrouw die met haar drie verwaarloosde kinderen door Rotterdam zwierf. Kinderen die in een andere stad door hun moeder uit huis waren gezet met de boodschap dat ze maar op zoek moesten gaan naar hun vader in Rotterdam. ‘Toen we daar aankwamen, bleken ze al bijna een jaar niet naar school te gaan.’ |
| Directieve benadering |
Het belangrijkste wat Nissen heeft geleerd: bied geen vrijblijvende steun, maar stel grenzen en geef instructies. ‘In het algemeen gaan hulpverleners uit van het oplossingsgerichte vermogen van de betrokkenen. Ze gaan naast de hulpvrager staan. Mijn ervaring is: dat werkt niet bij de groep waarop wij ons richten. Kijk maar naar die vrouw met die twee kinderen die geen medische zorg kregen. We hadden de zaak op de rails gezet, maar uiteindelijk deed ze niet wat we hadden afgesproken.’ Nissen neemt de term ‘directieve benadering’ in de mond. Dat wil zeggen: als hulpverlener duidelijkheid creëren en eisen stellen. ‘Dat werkt beter. Neem nou die man die liep alsof hij Quasimodo was. We hadden voor hem geregeld dat hij op woensdagmiddag om twee uur steunzolen kon passen. In de ochtend belden we hem nog op om hem eraan te herinneren dat we hem zouden komen ophalen. Puntje bij paaltje was hij er niet. En waarom? Hij was het toch vergeten. Het was lekker weer en dan ging hij altijd naar vrouwen kijken. We hebben de benadering toen omgedraaid.’Jij komt de volgende keer op het afgesproken tijdstip naar ons. Ben je er niet, dan bemoeien we ons niet meer met je.’ Daarna is het goed gegaan met deze man. Ik geloof niet dat dit toeval is.’
Bij Frank Nissen hoeft niemand dus meer aan te komen met ‘een hangplek om te chillen’ als het recept voor overlastgevende jongeren. ‘In het begin zouden we dat waarschijnlijk nog een goed idee hebben gevonden. Maar nu zeg ik tegen een mentor: pak een voetbal of baseball en organiseer een toernooi voor die gasten. We gaan het niet stimuleren dat jongeren doelloos rondhangen.’
Grote man
Hoe wordt binnen de doelgroep gereageerd op het Interventieteam Antillianen? Als een fatsoenlijke bijnaam een blijk van erkenning en waardering is, dan zijn Nissen en zijn mensen in elk geval op de goede weg. Grandi wordt de teamleider genoemd. Of Bigi, wanneer er ook Surinamers in de buurt zijn. Het betekent beide grote man. Nissen - stoere kop, kort haar, spijkerbroek en zwartleren jas - kan er om lachen. Maar ook lang niet altijd. ‘Heel eerlijk: ik kan hier wel een rooskleurig verhaal gaan zitten vertellen, maar dat ís het gewoon niet.’ Toch beschouwt Nissen zijn inspanningen niet als kansloos en zijn er momenten waarop hij eer van zijn werk heeft. ‘Dan kom je bijvoorbeeld in aanraking met een alleenstaande vrouw die een uitkering heeft en met haar twee kinderen op een klein kamertje woont. Een van de kinderen heeft nog zwaar astma ook. Uiteindelijk helpen wij haar aan werk en een beter onderkomen en gaan haar kinderen weer naar school. Binnen onze doelgroep is dat een succesverhaal.’
Nissen weet dat dit een lange adem vergt. Vaak zijn de successen ook bescheiden van aard. ‘Toch ben ik hoopvol gestemd. Het is bijvoorbeeld ook een positieve ontwikkeling dat de Antilliaanse gemeenschap zich steeds bewuster wordt van haar rol bij de aanpak van de problemen. Het is dan ook een belangrijke kwestie. Van de overlastgevende Antillianen in ons land heeft Rotterdam er het meest.’
Meer informatie: www.rotterdamveilig.nl |
Resultaten Integrale Aanpak Antillianen
Op 31 december 2006 heeft de extra inzet onder andere tot de volgende resultaten geleid:
• 714 Antillianen met problemen zoals: geen werk, spijbelen op school, slechte huisvesting, gezondheids- en opvoedingsproblemen zijn geplaatst in een traject met een persoonsgerichte benadering;
• 218 Antillianen die in groepsverband zorgen voor problemen, zitten in een traject;
• 10 Antillianenmentoren werken in de deelgemeenten Charlois, Feijenoord en IJsselmonde;
• 112 Antilliaanse gezinnen krijgen begeleiding van een gezinscoach;
• 228 Antillianen zijn toegeleid naar werk en 83 naar school.
|
|
|